Home

uitspraak Hoge Raad

Dit is 1 van de velen uitspraken omtrent het verspreiden van posters. Er zijn actuelere uitspraken en zijn tevens uitspraken waar mensen wel veroodeeld worden. Deze uitspraak moet puur als voorbeeld beschouwd worden, per situatie spelen andere factoren mee. Daarnaast mogen er aan deze uitspraak geen rechten ontleend worden en is deze uitspraak geen vrijwaarding om de APV te overtreden.

NJ 1993/534

-------------------------------------------------------------------------------- HOGE RAAD (Strafkamer)

26 januari 1993, nr. 92642
(Mrs. Hermans, Mout, Keijzer, Govaerts, Koster; A-G Meijers)
DD 93.264

Gr.w art. 7; EVRM art. 10; APV Alkmaar art. 11

[Tekst] Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 25 juni 1991 in de strafzaak tegen N.J.L., te Alkmaar. Rechtbank:

Namens verdachte is ter terechtzitting aangevoerd dat in de gemeente Alkmaar ten tijde van het begaan van het feit voor aanplakking als middel van verspreiding van gedachten en gevoelens in feite geen mogelijkheid tot gebruik van enige betekenis openstond.

Kort na zijn aanhouding heeft verdachte bij de gemeente Alkmaar informatie ingewonnen betreffende de aanwezigheid van door de gemeente Alkmaar aangewezen plakplaatsen. Naar zijn zeggen werd daarop door de gemeente Alkmaar geantwoord dat er geen door de gemeente Alkmaar aangewezen plakplaatsen aanwezig waren.

De rechtbank is van oordeel dat - op grond van vaste rechtspraak - een vervoersverbod van plakmiddelen, zoals dat is vastgelegd in art. 12 Algemene Politieverordening (APV) van de gemeente Alkmaar, onverbindend dient te worden verklaard indien het plakverbod, zoals dat is neergelegd in art. 11 APV Alkmaar, door de rechtbank onverbindend wordt verklaard. De rechtbank zal derhalve eerst moeten beoordelen of het in art. 11 APV Alkmaar neergelegde plakverbod al dan niet verbindend is.

De rechtbank is van oordeel dat van de zijde van de gemeente Alkmaar onvoldoende mogelijkheden worden geboden om gebruik te maken van het middel "plakken".

Met betrekking tot de mogelijkheid van het aanbrengen van aanplakbiljetten op huizen e.d. na verkregen toestemming van de rechthebbenden is de rechtbank van oordeel dat het een feit van algemene bekendheid is dat derden minder geneigd zijn burgers in de gelegenheid te stellen om van hun onroerend goed gebruik te maken voor aankondigingen en mededelingen door middel van aanplakbiljetten naarmate de aankondiging of boodschap op het aanplakbiljet van minder neutrale aard is.

De rechtbank acht op grond van een en ander het art. 11 APV Alkmaar onverbindend, zodat het bepaalde in art. 12 eerste lid eveneens onverbindend geacht dient te worden.

Het bewezen verklaarde feit levert derhalve geen strafbaar feit op. De verdachte moet wat het bewezen verklaarde betreft worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Uitspraak

De rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de kantonrechter te Alkmaar van 12 oktober 1990 - de art. 11 en 12 APV Alkmaar onverbindend verklaard en de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.