Vertrouwen in de medemens
Het Centraal Bureau voor de Statistiek berichtte deze week dat Nederlanders in vergelijking met andere Europese landen veel vertrouwen hebben in zowel onze medeburgers als in instanties, het rechtsstelsel en de overheid. Alleen in Scandinavische landen is het vertrouwen groter, maar we doen het dus erg goed.
Dus ondanks het vele gezeur en geklaag in Nederland, menen we het blijkbaar toch niet echt. Fijn! Het vertrouwen in elkaar was ten opzichte van 2002 zelfs flink gestegen. Maar er zijn wel duidelijke verschillen in de vertrouwensbeleving tussen bevolkingsgroepen. Zo is het vertrouwen van hoogopgeleide mensen hoger dan van lageropgeleide, bij mensen zonder baan minder dan werkende, bij jongeren meer dan ouderen en vreemd genoeg bij mannen hoger dan bij vrouwen.
Het bericht is goed nieuws, want vertrouwen in elkaar is natuurlijk goed voor het samen leven, maar hoe zorgen we er voor dat het vertrouwen in de mensheid nog groter wordt? Buurtfeestjes en het spontaan geven van knuffels, of moeten we het grootser aanpakken? En waar komen die verschillen toch vandaan? Zijn jongeren te naïef of ouderen te cynisch? En wat valt er te verwachten voor de komende paar jaar, gaat de stijging aanhouden of gaat het vertrouwen dalen i.v.m. de vergrijzing of bijvoorbeeld het te verwachten politieke beleid? Of moeten we gewoon minder zeuren en kunnen we dan vertrouwen dat het allemaal goed komt?
